In de voetsporen van Robert Kennedy

‘I think most people are so weaken, they can’t even walk 50 miles within 20 hours.”  Het waren deze woorden van wijlen John F. Kennedy die ervoor zorgden dat ik vrijdagavond om 22:30 samen met 200 anderen te vinden ben in een zalencentrum in Winterswijk. Over een half uur is namelijk de start van de eerste Kennedymars van het seizoen.

Bert Vos met deelnemerskaart

President Robert Kennedy

President Kennedy vroeg zich begin jaren zestig af of Amerikaanse mariniers het uithoudingsvermogen hadden om ongetraind 50 mijl (80,467 km) binnen 20 uur te lopen. En of ook leden van zijn staf dit zouden kunnen. Broer Robert Kennedy nam de uitdaging aan en voltooide de mars ongetraind in 17 uur en 50 minuten. Veel burgers zagen ook wel wat in de uitdaging, liepen 50 mijl en een rage werd geboren. De ’50 mile hike’ werd zo populair dat hij zelfs overzees werd opgepikt. In Nederland worden nu al jaren Kennedymarsen georganiseerd. In Winterswijk wordt vanavond voor de derde keer gestart.

Eten, drinken, regenkleding

In het zalencentrum is het druk en gezellig. De wandelaars zitten aan lange tafels. De een drinkt koffie, de ander bier. Allemaal hebben ze hun wandeluitrusting goed voor elkaar. Zo ook deelnemer Bert Vos uit Zoetermeer die ik tegenkom als hij in zijn rugtas rommelt. “Een beetje eten en drinken voor onderweg en voor de zekerheid wat extra regenkleding,” vertelt Bert als ik aan hem vraag wat hij allemaal meeneemt tijdens zijn wandeltocht. Er wordt inderdaad een buitje verwacht vannacht.

Wandelen in de nacht

Veel Kennedymarsen starten vanwege de lange afstand ’s nachts omdat je dan in de namiddag finisht. Voor de organisatie betekent dat natuurlijk dat er extra maatregelen getroffen moeten worden. Want hoe loods je 200 wandelaars veilig de pikkedonkere Achterhoek door?

“Er moet goed gepijlt worden,” zegt de razend drukke organisator Wim van Cappelle resoluut. Het woord lijkt belangrijk want ik heb het al vaker gehoord. “Ik hoop dat je goed gepijlt hebt Wim,” riep een van de wandelaars net nog. Het blijkt ‘wandelaarstaal’ te zijn voor de routeaanwijzingen langs de weg.

“We plakken de pijlen op een gele achtergrond zodat je ze beter kunt zien,” gaat van Cappelle verder. “Op de pijlen staan nummers zodat als er iemand bijvoorbeeld door zijn enkel gaat het nummer van de pijl doorgegeven kan worden. De telefoonnummers staan op de deelnemerskaarten.” Ongelukkige deelnemers worden opgepikt met de bezemwagens. Ik vraag de organisator wat een onmisbaar onderdeel van de wandeluitrusting is. “Een zaklamp, anders kun je de pijlen niet zien hangen”, lacht hij, en dan gaat de telefoon. “Die moet ik even nemen.” Ik knik en al regelend loopt de organisator langs de lange tafels met ongeduldige wandelaars.

Oorkondes

Ineens wordt de microfoon gepakt. Ergens in de menigte wordt wat omgeroepen maar bijna niemand kan het verstaan. “Harder!” wordt er geroepen vanuit de zaal. “We horen je niet!” De joviale sfeer voert de boventoon en iedereen lijkt elkaar te kennen, hoewel dat volgens mij helemaal niet zo is. Als de microfoon wat dichter bij de mond wordt gehouden is de omroeper wel te verstaan en worden na de huishoudelijke mededelingen oorkondes uitgereikt.

Ondanks een hartinfarct en peesscheur loopt Rik Weverbergh nog elk weekend een lange afstand.

 ‘Crème de la crème van de wandelwereld’

Ik loop naar een vrolijke uitziende man met een baard die zojuist een oorkonde in ontvangst heeft genomen voor het lopen van de 25e Kennedymars. Het blijkt de 60-jarige Rik Weverbergh uit Diepenbeek, een plaatsje net onder Hasselt (België). “Ik wandel gewoon heel graag” verklaart hij met een licht Vlaams accent. De langste tocht die hij ooit liep was 200 kilometer. Aan de Nijmeegse vierdaagse nam hij ook wel eens deel maar daar was hij niet zo van gecharmeerd: “Dat zotte volk.”

Bij de Kennedymarsen is hij meer op zijn gemak. “Hier loopt de crème de la crème van de wandelwereld, dat vind ik mooi.” Weverbergh is blij dat hij weer kan meedoen met een Kennedymars. Vorig jaar was hij uitgeschakeld vanwege een peesscheur en het jaar daarvoor had hij al een hartinfarct. “Ik weet ook niet hoe dat komt zo’n hartinfarct, de dokters weten ook niet waardoor het kwam, ineens was het daar” vertelt hij nuchter. Hij heeft er verder weinig last van gehad en loopt nog steeds elk weekend een lange afstandswandeling. “Waarom de Kennedymars zo leuk is? Ik start alleen maar ik kom altijd met vrienden terug”.

Start met vuurwerk

Om 23:00 steekt Wim van Cappelle vuurwerk af. De eerste individuele lopers vertrekken. Eerst richting Doetinchem om uiteindelijk ergens morgenmiddag te eindigen in Arnhem “ Ik vind het allemaal wel spannend hoor” verzucht van Capelle. “De route, onverharde wegen, het weer, een veerpont waar ze over moeten. Het leek er zelfs nog even op dat de Posbank (onderdeel van de route bij Rhenen red.) afgesloten zou worden vanwege het weer maar gelukkig is dat niet het geval.”

‘Het is gekkenwerk’ 

Even verderop kom ik in gesprek met Merian Cruijsen, Koos van der Maden en Carla Reijerink. Na het maken van een foto lopen ze meteen weg. Ik loop dus maar een stuk met ze mee. Het tempo is hoger dan ik dacht. “Als je in de trein hiernaartoe zit vanuit Den Bosch denk je: het is gekkenwerk ook maar eigenlijk is het dus gewoon heel leuk.” legt Carla uit.

10 tot 12 marsen per jaar

Koos wil ook graag wat vertellen ”Ik loop vandaag mijn 65e Kennedymars.” Ik kijk hem verschrikt aan, 25 Kennedymarsen vond ik al veel, maar 65?! Al wandelend vraag ik wanneer hij zijn eerste mars liep.  “In 2002, ik loop er 10 tot 12 per jaar.” Ik heb het idee dat hij glundert maar zien kan ik het niet want het is aardedonker. Carla zegt: “Ik dacht dat als ik ze allemaal zou lopen ik tevreden zou zijn, maar ja dan kom je zo’n iemand tegen en dan denk ik ook, laat maar zitten” Koos lacht, Carla lacht en Merian is inmiddels al tientallen meters vooruit gelopen. Ik zeg gedag, stop met lopen en zie de stoet van verlichte hesjes steeds kleiner worden. Nog iets minder dan 80 kilometer te gaan.

Karin Leijen (1984) is freelance journalist en editor met Twentse roots maar woonachtig in de Betuwe. Is (mede)eigenaar van audiovisueel productiebedrijf Pecto Productions. Doet haar best om gezond te leven, sport daarom regelmatig en is zelden te vinden bij een fastfoodketen. Houdt van slechte films en goede muziek. Heeft last van ochtendhumeur, bewondert doorzetters en kan een beetje humor in de mens zeer waarderen.

Google+