Oosterse vechtsport

In Nederland kun je op veel plaatsen oosterse vechtsporten beoefenen. De bekendste oosterse vechtsporten zijn judo, karate, aikido, kungfu en taekwando. Judo, karate en aikido komen uit Japan, kungfu komt uit China en taekwando komt uit Korea. Het allerbekendst zijn toch wel judo en karate.

Nederland en judo

Nederland heeft iets speciaals met judo. De eerste niet-Japanse wereldkampioen judo kwam namelijk uit Nederland: Anton Geesink. Hij behaalde dit succes in 1961 in Parijs. In 1964 won hij Olympisch goud, nota bene in de Japanse hoofdstad Tokio.

Oosterse vechtsport: Judo

In het judo worden de niveaus aangegeven met gekleurde banden, je begint met wit en eindigt met bruin. Echter, de bruine band betekent slechts dat je de kunst beheerst. Vanaf dan kom je in het systeem van de eerste tot en met de tiende dan. Vanaf de vierde dan mag je lesgeven en mag je jezelf sensei noemen. Anton Geesink had de tiende dan in het judo, wat onvoorstelbaar hoog is. Er zijn maar achttien mensen op de wereld die de tiende dan hebben (gehad), waarvan drie niet-Japanners.

Judo is van oorsprong een zelfverdedigingskunst, die aan het einde van de negentiende eeuw in Japan is ontstaan. Het gaat er bij judo om de tegenstander buiten gevecht te stellen zonder hem te verwonden. Daartoe leer je een aantal technieken, zoals beenworpen, heupworpen en schouderworpen waarmee je je tegenstander op de grond kunt krijgen, maar ook controle-technieken, waarbij je zorgt dat de tegenstander klemvast zit.

De bedenker van de sport judo, Jigoro Kano, had behalve een lichamelijke training ook duidelijk een training van de geest voor ogen. Bij het judo maak je gebruik van de kracht van de tegenstander om hem ten val te brengen. Dit is een metafoor voor: in het leven de juiste dingen op het juiste moment doen. Daarnaast draait het bij judo en ook bij de andere oosterse vechtsporten erg om het respect voor elkaar. Judo is een vorm van samenwerkend leren: de ene keer breng je iemand ten val, de andere keer brengt iemand jou ten val. Samen train je om beter te worden. Dit samenwerkend leren is ook een belangrijk onderdeel van het leven in het algemeen.

Judoka’s dragen een wit pak. Op de Olympische spelen en bij andere belangrijke wedstrijden draagt de ene een wit pak en de andere een blauw pak, zodat de scheidsrechter ze goed uit elkaar kan houden. Dit is bedacht door Anton Geesink.

Oosterse vechtsport: Karate

Karate betekent letterlijk “lege hand”. Dat betekent dat je ongewapend naar het gevecht komt. Karate is net als judo van oorsprong een zelfverdedigingskunst. Bij karate is het belangrijkste de beheersing van de techniek, waaronder ook beheersing van lichaam en geest wordt verstaan. Door veel te trainen ontwikkel je ook je doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen en zelfbeheersing. Wie karate gaat doen vanuit het idee beter voor zichzelf op te willen komen, zal merken dat alleen al de uitstraling van zelfverzekerdheid mogelijke belagers zal doen afschrikken. Goed, de gemiddelde mens zal niet zo vaak belaagd worden op straat. Maar karate wordt ook gegeven in opleidingscentra van de Nederlandse politie.

Bij karate gaat het zeker zo veel om zelfbeheersing als om het gevecht. Op tijd opzij stappen is ook een techniek. Een vermeden gevecht is ook een gevecht. Dit soort gezegden typeren de sport. Daarmee is ook karate veel breder te trekken dan de vechtsport/zelfverdedigingskunst alleen, want geldt dit niet in het gewone leven net zo goed?

Alette Jurgens-van Bentum

Alette Jurgens-van Bentum (1972) is Neerlandicus, wekelijks bezoeker van de sportschool en schrijfster van het autobiografische boek TIKA. Met enige regelmaat zal ze op Energy+ Life bloggen over haar visie op gezondheid, sporten en voeding.

Google+