Atleten hebben een hogere pijngrens dan mensen die alleen in het weekend, of helemaal niet, sporten. Dat blijkt uit onderzoek van wetenschappers van de Universiteit van Heidelberg in Duitsland. Ook het soort sport dat beoefend wordt lijkt van invloed op de pijngrens. Zo kunnen voetballers beter tegen pijn dan duursporters.
De wetenschappers vergeleken de resultaten van 15 verschillende onderzoeken en keken naar de pijngrens en de pijndrempel van atleten en niet-atleten. De pijngrens is het moment waarop bij iemand de pijn niet langer kan dragen. De pijndrempel is het moment dat iemand pijn begint te voelen. Dat laatste was bij zowel atleten als niet-atleten ongeveer gelijk. De pijngrens licht bij atleten echter een stuk hoger dan bij volwassen bankzitters.
Oorzaak
Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over de oorzaak van de hogere pijngrens bij atleten. Veel mensen gaan ervan uit dat het te maken heeft met het vrijkomen van endorfine in het bloed.
Pijnonderzoeker Allan Basbaum van de universiteit van Californië was sceptisch over de theorie dat endorfine pijnverlichtend werkt, totdat een groep Duitse onderzoekers bewees dat sporten zoals hardlopen wel degelijk de endorfinewaarden in je brein en in je bloed verhoogd.
“Eerdere studies keken naar endorfine in het bloed, maar bloedwaarden zijn irrelevant als je wilt weten wat er in het brein gebeurt” Aldus Basbaum. Verder zegt hij dat atleten gemotiveerd blijven om hun sport te kunnen blijven doen. Zij zullen daarom eerder dan anderen pijn negeren en ondanks de pijn door blijven sporten. “De meeste atleten vragen zich niet af of het pijn doet , maar vragen zich af hoeveel pijn ze aankunnen”.
De kip en het ei
Atleten hebben dus een hogere pijngrens dan niet sporters. Maar andersom is er ook sprake van een verbinding. Mensen die een hogere pijngrens hebben, worden vaak atleet. “ Het is een beetje een kip en ei idee. Hebben ze nou een hoge pijngrens omdat het atleten zijn? Of zijn het atleten geworden omdat ze zo’n hoge pijngrens hebben?”
