Argentijnse Tango dansen is leuk

Als je van dansen houdt, dan kun je overwegen om de Argentijnse tango eens te proberen. De Argentijnse tango is anders dan de tango die je leert op dansles, de ballroom tango. Wat de Argentijnse tango zo speciaal maakt is dat het een improvisatiedans is. Dat betekent dat na iedere pas, iedere andere pas mogelijk is. Er zijn dus geen vaste figuren. Dat betekent ook, dat het een moeilijke dans is om te leren. Immers, samen een bepaald patroon op de vloer lopen is voor de meesten van ons al moeilijk genoeg. Laat staan dat je samen ter plekke de hele dans moet verzinnen, waarbij de leider leidt, en de volger volgt!

De rol van de leider

In het begin is tangodansen vooral heel erg vreemd! De basis van de Argentijnse tango is lopen, de man loopt vooruit, de vrouw loopt achteruit, en alle paren samen bewegen in een kring. Daar loop je dan, op de muziek, dat lukt nog wel. Maar dan! De leider verzet de eerste jaren het meeste werk. Hij moet leren hoe hij de volger sneller laat lopen, langzamer laat lopen, hoe hij haar in ingewikkelde draaipassen leidt, en vervolgens moet hij haar vanuit zo’n draaibeweging weer een logische pas in leiden. Erger nog, iedere les moet je als leider niet alleen je eigen danspartner, maar ook andere dames leiden. En waar het met de eigen partner zo goed leek te lukken, lukt het met iemand anders soms helemaal niet. Tango is moeilijk! Maar ook verschrikkelijk leuk.

De rol van de volger

En als volger dan? Ben je de eerste jaren alleen aan het volgen? Ja en nee. Ja, natuurlijk volg je de leider. Maar volgen is niet passief. Integendeel, volgen bij de Argentijnse tango is juist hartstikke actief. Allereerst moet je die leider constant een beetje tegendruk geven. Zo heb je beter contact met hem. Immers, alle passen die jij maakt, maak je vanuit signalen van de leider, vanuit zijn lichaamstaal. Verder leer je al vrij snel versieringen. Dat betekent dat de leider jou in een bepaalde pas leidt, en dat je dan binnen die pas ruimte hebt om bijvoorbeeld je been om zijn been te slaan, of bijvoorbeeld met je voet een grote cirkel op de vloer te maken. Als volger kun je hier eindeloos mee spelen.

Tangoscholen

In alle grote steden zijn tangoscholen. Naast iedere week een les volgen, kun je bij zo’n school ook naar tango-dansavonden. Dat heet een salon. Die schoolsalons hebben vaak een heel informeel karakter, zodat je lekker kunt oefenen. Zodra je je goed kunt handhaven op zo’n oefensalon, is het tijd voor het grotere werk: een echte tangosalon. Die worden ook met grote regelmaat georganiseerd. Meestal huurt een tangoschool dan een gelegenheid af, en er is live muziek. Voordat je naar zo’n echte salon gaat moet je wel op een vierkante meter een Argentijnse tango kunnen dansen, want dat is alle ruimte die je daar hebt. Met heel veel mensen dans je in een cirkel rond. Dit is heel speciaal om mee te maken.

Tangoschoenen

Als je net begint kun je op alle schoenen met een gladde zool dansen, maar zodra je echt besluit door te gaan is het tijd om tangoschoenen aan te schaffen. Voor heren zijn dat lichte veterschoenen met een gladde zool en voor dames zijn dat schoenen met een hak en een soepele zool, verkrijgbaar in danswinkels. Ook is het aan te raden een paar dansgympen te nemen. Dansgympen hebben alleen een zool bij de hak en de teen, en bij de teen is er een cirkel op de zool zodat je goed kunt draaien. Als je die hebt hoef je in de les niet telkens op hoge hakken te dansen.

Alette Jurgens-van Bentum

Alette Jurgens-van Bentum (1972) is Neerlandicus, wekelijks bezoeker van de sportschool en schrijfster van het autobiografische boek TIKA. Met enige regelmaat zal ze op Energy+ Life bloggen over haar visie op gezondheid, sporten en voeding.

Google+